Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 24 februari 2021

Bouwen, onderhoud, financiering en politiek op niveau

Wat maken we het onszelf toch moeilijk! Waar we de eerste decennia na de tweede wereldoorlog het land fysiek weer hebben opgebouwd, zijn we de laatste tientallenjaren bezig om alles dicht te regelen. Vanaf het moment dat de eerste lijnen op papier worden gezet tot het moment van daadwerkelijk huizen bouwen, gaan vele jaren voorbij. Iedereen moet er z’n plasje over doen.

In dat licht moeten we ook de zoektocht naar bouwgrond zien. De gemeente Vlaardingen maakt zo nu en dan een lijst met locaties die mogelijk voor woningbouw bestemd kunnen worden. Let wel met de nadruk op “mogelijk”. We leven in Nederland, en de randstad in het bijzonder, in een sterkt verstedelijkt deel van deze aardkloot. Er komen steeds meer mensen bij en die willen allemaal een dak boven hun hoofd. Als Vlaardingen hebben we er nadrukkelijk voor gekozen het vierde kwadrant, de Broekpolder, niet te bestemmen voor woningbouw. Het gevolg daarvan is automatisch dat andere locaties in de stad en aan de randen wel voor woningbouw bestemd moeten worden.

Wetende dat we in Vlaardingen de komende 10 jaar 5.200 nieuwe woningen moeten bouwen, is het zoeken naar bouwgrond niet meer dan noodzakelijk. Het moge duidelijk zijn dat als definitief gekozen wordt voor een bepaalde locatie (b.v. een volkstuincomplex) de huidige gebruikers een termijn van vele jaren krijgen om te verhuizen naar een nieuwe plek (b.v. aan de rand van de Broekpolder).

Het onderhoud van de buitenruimte (wegen, straten, pleinen en groen) vergt veel geld. De laatste jaren doet Vlaardingen dat op het niveau sober. We kunnen ons momenteel de luxe financieel niet permitteren om dat niveau op te schalen. Met kunst en vliegwerk is dat voor de korte termijn misschien wel mogelijk, maar de stad is er niet mee gediend als we nu extra investeren in de buitenruimte en dat over een paar jaar noodgedwongen weer moeten loslaten.

Er is echter 1 oplossing: het halen van meer geld bij de burger. Het voornaamste instrument daarbij is de OZB. Deze wordt alleen betaald door de eigenaren van panden (huizen en bedrijven) en ontziet dus mensen met een huurhuis. Kort door de bocht zou je kunnen zeggen, “de breedste schouders, dragen de zwaarste lasten”, waarbij we ervan uitgaan dat huizenbezitters en bedrijven meer financiële armslag hebben dan huurders, die soms op het sociaal minimum zitten. Een meerderheid van de Vlaardingse gemeenteraad volgt deze redenering echter niet.

Zolang de openeindregelingen als Jeugdzorg en WMO (wet maatschappelijke ondersteuning) niet voldoende gecompenseerd worden door de rijksoverheid (wel de lasten, maar niet de lusten) blijft het dweilen met de kraan open. Eigenlijk is dat gemeen, want de burger is vaak de dupe en verwijt dat de lokale politiek. En ook dat is niet eerlijk.

Het rijk beschikt over een heel leger aan ambtenaren en de beleidsmakers worden gecontroleerd door 150 beroepspolitici (tweede kamer) met ieder een fors peloton medewerkers. Hoe anders is dat in de gemeenten. Een beperkt aantal ambtenaren, waarvan de meest getalenteerde worden weggekocht door de echt grote steden. De kaders en controle gebeurt door goedwillende (of niet?) amateurpolitici, waarvan een deel zelfs geen benul heeft waar ze mee bezig zijn. Dat laatste is een boude uitspraak, maar de waarheid mag wel eens gezegd worden. Het schort aan opleiding en politieke structuur. Het gevolg is dan men wild om zich heenslaat en zich focust op details, terwijl dat alleen maar afleidt van het uiteindelijke doel: Een leefbaar en gezond Vlaardingen.