Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 18 oktober 2019

Financiën gemeenteraadsfracties en lokale afdelingen

In Vlaardingen is al geruime tijd onduidelijkheid over de verantwoording van de fractievergoedingen. Ik begrijp de commotie en ik begrijp ook de problemen waarvoor de partijen zich geplaatst zien.

In de kern van de zaak is het heel simpel. De gemeente Vlaardingen betaalt aan de partijen die in de gemeenteraad vertegenwoordigd zijn een vergoeding. Niks mis mee, de bestedingsdoelen zijn duidelijk omschreven en hebben enkel en alleen betrekking op het functioneren van de gemeenteraadsfractie. Denk daarbij aan scholing, secretariaat, communicatie en tot op zekere hoogte representatie. Wat er niet van de fractiegelden betaald mag worden zijn partijzaken, zoals ledenvergaderingen en verkiezingscampagnes. En daar wringt de schoen. Bedoeld of onbedoeld vervaagt soms hier de scheidslijn tussen kosten voor de gemeenteraadsfractie en die van de lokale politieke partij.

In de gemeenteraad zijn er landelijke en lokale partijen. Die laatste groep heeft een punt waar ze opmerken dat landelijke partijen subsidie van de overheid krijgen en zij (de lokalen dus) niet.

Landelijke partijen krijgen, naar rato van de grootte van hun tweede kamer fractie, geldelijke steun van de overheid voor de politieke partij. Met andere woorden op het partijbureau van de VVD, PvdA, D66, GroenLinks enz. komt geldt binnen om die politieke partijen te kunnen laten functioneren. Ongetwijfeld sluist men vanaf het landelijk partijbureau geld door naar de provinciale en gemeentelijke afdelingen. Die geldstromen zijn er voor de lokale partijen dus niet.

Als ik kijk naar mijn eigen partij D66, dan komt er van het landelijk partij bureau wezenlijk niet veel geld naar de lokale afdeling. Met een paar honderd euro per jaar, dan ben je er wel. Maar goed dat zijn gelden die de lokale partijen niet hebben.

Maar van die paar honderd euro per jaar kan D66 de lokale afdeling van de partij niet draaiende houden, zeker niet in verkiezingstijd. Daarom is bij D66 statutair geregeld dat de gemeenteraadsleden en wethouders minimaal 3% van hun jaarlijkse inkomsten storten in de lokale partijkas. In Vlaardingen gaat dat bij 3 raadsleden en 1 wethouder om zo’n € 5.500 per jaar. Ook andere landelijk partijen kennen dit soort regelingen. Ik adviseer lokale partijen, voor zover ze dat nog niet doen, een soort gelijke regeling te treffen. Hiermee bouw je een lekkere buffer op voor de campagne bij de raadsverkiezingen van 2022.

Een andere inkomstenbron kan zijn het aannemen van gelden van sponsors. Daar is niets mis mee, zolang er maar geen gunsten tegenover staan. Dat laatste is herhaaldelijk in onderzoek, recent in Den Haag.

Tot slot. Als ik kijk naar de financiële verantwoordingen over 2018 van de gelden van de raadsfracties in Vlaardingen, dan valt mij op dat, behalve D66, geen enkele partij kosten maakt voor training en opleiding. Het is aan de lezer om daar iets van te vinden.