Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 19 maart 2018

Een wendbare overheid is democratischer dan een referendum

Als D66’er heb ik wat uit te leggen. Ik ben immers lid van de partij die, na jaren te hebben gevochten vóór de invoering van een referendum, toestaat dat datzelfde referendum nu via de achterdeur weer verdwijnt. VVD, CDA en ChristenUnie waren, op landelijk niveau in ieder geval, nooit fanatiek voorvechter van referenda, dus hun rol in de afschaffing is niet opzienbarend. Als democraat kom ik er minder makkelijk mee weg.

Laat ik eerlijk zijn: persoonlijk ben ik óók nooit fan geweest van de manier waarop we in Nederland referenda hielden. De onderwerpen bleven me te vaag, te groot, te complex, te ver van mijn bed. Tel daarbij op dat referenda maar enkele keren zijn gehouden, vaak midden tussen gewone verkiezingen in, en zo’n referendum is al snel omgetoverd in schijnvertoning.
Ik was pas 17 toen het referendum over de Europese Grondwet plaatsvond. Wat mij nog het meest is bijgebleven, is een dame die door een NOS-journalist op straat werd gevraagd waarom ze tegen ging stemmen: “Ja, die Balkenende, die moet weg!”. Natuurlijk mag zo’n mening er zijn, maar wanneer een referendum de enige uitlaatklep is om die mening te laten horen wordt het enkel nog een realityshow over de populariteit van de regering: “So you think you can referendum?”.
Het Oekraïnereferendum verliep niet veel beter; terwijl tegenstemmers van zich lieten horen, bleven veel voorstemmers thuis in de hoop dat de opkomst zo niet hoog genoeg uit zou komen om over een zinnige uitslag te kunnen spreken. Ook al was het weer een referendum over een veel te breed en complex onderwerp, en ook al was ik was vóór het verdrag met Oekraïne, die pogingen tot sabotage vond ik laf en onsportief.

Nee, van dat soort sporadisch gehouden, slecht uitgedachte, raadgevende referenda ben ik geen warm pleitbezorger. Niet omdat ik tegen democratie ben, niet omdat ik niet blij was met de uitslagen, niet omdat ik bang ben voor “de stem van het volk”. Al helemaal niet omdat ik denk dat de kiezer er te dom voor zou zijn. Wél omdat veel complexe vragen niet alleen maar met ja of nee te beantwoorden zijn. En omdat ze veel te vaak alleen maar afleiden van de echte problemen. Daardoor zorgen referenda voor schijndemocratie, waarmee de kloof tussen de politiek en de kiezer alleen maar groter wordt. De mensen die wél serieus bij wilden dragen met hun stem, voor of tegen, raken ondergesneeuwd onder de proteststemmers, de strategische thuisblijvers en de trollen. Uiteindelijk wordt niemand meer gehoord, en luistert niemand naar niemand.

Hoe zou ik het dan wel aanpakken?

Ten eerste zou ik een stuk dichter bij huis beginnen. Vlaardingen is mijn thuis, en wat daar wel en niet gebeurt raakt mij het meest direct. En hoewel ik niet zal beweren dat de gemiddelde Vlaardinger niets mag denken of zeggen van wat er op nationaal, of internationaal gebied gebeurt, denk ik dat voor veel mensen de belangrijkste dingen dicht bij huis te vinden zijn. Dicht bij huis gaan je kinderen naar school, doe je je boodschappen, en rekenen je (groot)ouders op goede zorg.
Ten tweede zou ik juist veel vaker naar de mening van de kiezer willen vragen. Wat betreft het halen van feedback, en vooral het regelmatig halen van feedback, kunnen politiek en bestuur nog wel wat leren van een softwareontwikkelaar als ik. Ook zonder gebruik van jargon, en jeukwoorden als ‘agile’, weten softwareontwikkelaars namelijk dondersgoed dat mensen slecht in staat zijn om ver vooruit te plannen. Vier jaar is lang – probeer maar eens te bedenken wat je vandaag vier jaar geleden precies deed, en wat je je toen voorstelde bij wat je vandaag zou doen. Vier jaar lang doorgaan zonder je tussentijds af te vragen of wat je aan het doen bent eigenlijk nog wel goed gaat, betekent dat je er in het ergste geval na drie jaar en 364 dagen achter kunt komen dat je de afslag die je had moeten nemen hebt gemist, met alle gevolgen van dien.

Nu is het niet zo dat ik niet verder vooruit denk. Maar een vergezicht kan niet zonder tussentijdse heroverweging. En dat is nou net waar voor de democratie zo veel gewonnen kan worden. De kiezer slechts eens in de vier jaar aan het woord laten – of je als politicus enkel in campagnetijd afvragen wat er leeft in de stad – is een heilloze weg. Af en toe eens op een blauwe maandag een referendum organiseren over een onderwerp ver weg is niet veel beter. Als de politiek écht midden in de samenleving wil staan, dan zal ze net als een softwareontwikkelaar telkens weer, stapje voor stapje, samen met haar belanghebbenden moeten kijken of de ingeslagen weg nog steeds de juiste is. Of de gestelde prioriteiten nog steeds kloppen. En vooral wat de obstakels zijn waar tegenaan wordt gelopen, en hoe die zo snel en zo goed mogelijk kunnen worden weggenomen. Een gemeente die het lef heeft om zo naar zichzelf te kijken, en samen met haar inwoners echt in teamverband gaat werken, is wendbaar. Zo’n gemeente kan veel sneller inspelen op nieuwe uitdagingen, en kan veel scherper prioriteiten stellen. En zo’n gemeente kan veel democratischer zijn dan een gewone, ouderwetse gemeente.

Natuurlijk vergt het een flinke aanpassingsslag om van Vlaardingen een echte wendbare gemeente te maken. Dat vergt tijd, moeite en doorzettingsvermogen. En natuurlijk zal ook een wendbaar Vlaardingen nooit iedereen tevreden kunnen stellen. Maar een ding is zeker: hoe eerder we een begin maken, hoe eerder we met Vlaardingen de sprong voorwaarts kunnen maken.